3. 230V-Installatie
3.1 In de
kampeerauto moet alle bedrading (230 V) naar elk
aftakpunt 3 aderig zijn gebruik dik en soepel 3
aderig snoer met een zachte koperen kern (stug draad
met een harde kers kan door trilling breken).
3.2 Vereist is een rubberen kabel 3 x 1,5 mm2 H07RNF in verband met een dubbele zekering is 10 A. Gebruik een kabel doorsnede van 3 x 2,5 mm2. Wij raden deze aan, omdat niet alle campings goed
beveiligd zijn. 2-adrige kabels zijn verboden.
3.3 Een aardlekschakelaar is een extra
beveiliging van de installatie. Er kunnen fouten
optreden waarbij de installatieautomaat (nog) niet
uitschakelt. Vaak heeft dit te maken met oude
apparaten. Er kan gevaar ontstaan als de aarding van
zo'n apparaat niet in orde is. Het apparaat kan dan
onder stroom komen te staan zonder dat dit leidt tot
uitschakeling van de installatieautomaat. In dat
geval biedt de aardlekschakelaar extra veiligheid.
Al bij een kleine lekstroom schakelt de
aardlekschakelaar uit. Zo staat er geen spanning
meer op het apparaat en kan je het zonder gevaar
aanraken.
3.4 De kabellengte naar de aardlek dient onder de 2 meter te zijn, is deze meer moet je deze overbruggen met een kabel 3 x 2,5 mm2. Zorg voor een goede aarde van 4 mm2, kleur groen/ geel. Zorg voor een goede verbinding met de carrosserie!.
3.5 In het bereik van opbergkasten en dergelijke moet u de kabel beschermen door middel van een kabelkanaal.
3.6 De 230 V-leidingen moeten worden verdeeld in een aansluitdoos of aftakdoos. De draden moeten met een kabelschoen verbonden worden of solderen, draaien is niet toegestaan.
3.7 In de natte ruimte nooit 220 volt
gebruiken.